Hoe de ras-Brabander Fred Heemskerk zes jaar geleden op een afgelegen boerderij in Bathmen terecht kwam is een lang verhaal, korter is hij over zijn toekomst – die ligt in Overijssel. “Het is het Brabant van mijn jeugd,” zegt hij op het terras van zijn verbouwde boerderij. In zijn schuur staat een groot scherm opgesteld waarop de buurt de afgelopen weken naar het WK-voetbal keek. ‘Hier vind ik de gemoedelijkheid, de rust en de hechte sociale verbanden die Brabant verloren heeft.’ Hij somt op: twee maal per jaar is er een borrel in zijn buurtschap Apenhuizen, naast de traditionele Oud- en Nieuwborrel. Er is de jaarlijkse kermis waarbij het dorp één grote feesttent is, je hebt een uitbundige Koninginnedag, het gezamenlijk maaien van de rogge met antieke landbouwmachines, de paardenwedstrijden – er gaat geen maand voorbij of het is feest in het dorp, zeker in het voorjaar en in de zomer. Ook professioneel heeft Heemskerk zijn draai in Overijssel gevonden. Hij is directeur van de Stichting Rustpunten, een zes jaar geleden uit Drenthe overgewaaid initiatief waarbij mensen hun erf openstellen voor wandelaars en fietsers. Tegen een geringe vergoeding staat hun daar thee, koffie, cake, ijsjes of allerhande streekproducten ter beschikking. Inmiddels zijn er verspreidt over Overijssel zo’n tachtig rustpunten. Dat hadden er al veel meer kunnen zijn, als de regio Twente zich
slagvaardiger had getoond, aldus Heemskerk, die streeft naar een totaal van zo’n 250 rustpunten in Overijssel.
De rustpunten krijgen van de stichting, die financieel wordt ondersteund door de provincie, verschillende spullen in bruikleen, varierend van houten banken en tafels tot een fietspomp en een reparatieset. ‘Bij de mensen die zich hebben aangemeld gaan we eerst op bezoek. We kijken of ze voldoen aan onze criteria, Zo mogen ze niet in een straal van twee kilometer van een horecagelegenheid of een ander rustpunt zitten en wie denkt goed geld te kunnen gaan maken, valt eveneens af. Je wordt rustpunt omdat je trots bent op je erf en het leuk vindt om dat met andere mensen te delen, niet om er rijk van te worden,” zegt Heemskerk. “De rustpunten dragen bij aan een beter, gastvriendelijker imago van Overijssel. Zelf hoef ik daarvan niet meer overtuigd te worden, maar het is goed voor de toekomst van de provincie als meer mensen dat ontdekken.”








