De IJssel namen we moeiteloos, geen prikkeldraad of hek zo hoog of de Rode Bol kwam er overheen, de Vecht? Eitje. Maar hoe Langeveen te overleven? Dat was de vraag die in de loop van gisterenavond zich opdrong op het grasveld achter het huis van de familie Hilberink aan de Vermolenweg. De avond was rustig begonnen met een even smakelijke als stevige Humkessoep, een streekgerecht met snijbonen, krabbetjes, rookworst en aardappelen, In de winter makkelijk om te bouwen tot erwtensoep. Aan de lange kampeertafels werd door een tiental Lageveners het Twentse grensdorp uitvoerig doorgenomen. Over de levendige smokkel vroeger met Duitsland, waarmee de banden nog steeds hecht blijken te zijn. Dat heeft te maken met het geloof, legt de plaatselijke autohandelaar uit. In Lageveen zijn ze katholiek, net als over de grens. Dat praat makkelijker dan met inwoners van dorpen als bijvoorbeeld Vriezenveen, dat overwegend vrijgemaakt gereformeerd is. De geloofgrens blijkt steviger dan de landsgrens. Een jaar of vier, vijf geleden opende een notaris een kantoor naast de katholieke kerk in Vriezenveen. De volgende dag ging al vroeg bij hem de telefoon. Hij kon maar beter verhuizen, zo werd hem verteld, want een gereformeerde tekent geen akte op katholieke grond. Verhaal na verhaal ging over tafel. Het plaatselijke
meisjeskoor zong, begeleid door een gitaar, liedjes van Boudewijn de Groot,Tina Turner, en Salomon Burke. Het liep tegen tien uur toen een oude kinderwagen het grasveld ophobbelde, geduwd door mevrouw Hilberink. De wagen, waarin lang geleden alweer haar drie kinderen lagen, blijkt tot de rand toe gevuld, met blokjes ijs, frisdrank en ettelijke flessen wodka. Het verhaal hoe Lageveen aan de wodka geraakte begint in de vroege jaren negentig met de autohandelaar die in zaken gaat met enkele Litouwers. Zoals dat gaat worden de deals rijkelijk besproeid met zelf gestookte Litouwse wodka. Hij nam wat flessen mee terug naar Lageveen en inmiddels is in de hele buurt geen koelkast meer te vinden waarin de wodka ontbreekt. Een paar uur later schalt het Twentse volkslied door de nacht. De kinderwagen is leeg, als we wankelend onze tenten opzoeken.








