465
15
hallo
388
480
hallo
70
453
hallo
342
432
hallo
129
360
hallo
380
297
hallo
40
270
hallo
426
240
hallo
530
160
hallo
60
180
hallo
390
75
hallo
200
115
hallo
100
50
hallo
1/8
0
0
hallo
0
100
hallo


Waar komt SLeM vandaan? Ineens manifesteert het zich overdonderend in 2005. Het lijkt of het er altijd al was. Dat daar een geschiedenis van vallen en opstaan aan voorafging is niet zo bekend. Al vanaf 1996 wordt er onderzocht en uitgeprobeerd wat landschapstheater zou kunnen zijn en zou kunnen betekenen.
Landschapstheater volgens SLeM is een vorm van locatietheater, waarin het landschap tijdelijk beïnvloed, vervormd en van een andere betekenis voorzien kan worden.
Landschapstheater opereert op het grensvlak van de dagelijkse werkelijkheid. Voor een productie wordt een landschap gemaakt of vervormd en ten behoeve van het verschuiven van het perspectief vervreemd en opgeladen met theatrale en/of muzikale elementen. Het publiek kan daarbij deelnemer en toeschouwer tegelijk zijn. Door die samensmelting komt 'sociale energie' vrij die tot ongedachte uitkomsten kan leiden.

Aanvankelijk is er alleen het begrip, louter en alleen omdat een landschapsarchitect (Bruno Doedens, DS landschapsarchitecten) en een theatermaker (Frits Vogels, Griftheater) het idee hebben dat samenwerking iets zou kunnen opleveren. Daar gaat een toevallige ontmoeting aan vooraf, na een lezing in het Theater Instituut. Ja, wat is toeval?

Project 1 is 'Prachtgleis', de wording van een park in Berlijn, (ontwerp DS landschapsarchitecten) waarvoor we gedurende 7 jaar regelmatig naar de plek van het toekomstige park reizen om de transformatie vast te

leggen op film. Door de steeds uitgestelde oplevering zal het de rode draad worden door onze eerste verkenningen.

Eerste jaren
Achteraf kunnen we de periode van 1996 tot 2003 de aanloop tot SLeM noemen. Zullen de onverenigbaar lijkende tijdbelevingen (landschapsarchitectuur: ‘lange tijd’, theater: ‘comprimeerbare tijd’ en film: ‘manipuleerbare tijd’) dichter bij elkaar kunnen komen? De periode tot 2003 kenmerkt zich door een aantal plannen die maar gedeeltelijk verwezenlijkt worden.
We doen aan verschillende prijsvragen mee: in 1996 doen we een voorstel voor een ijzeren landschap van vallende lantarenpalen op IJburg. 'Bosfabriek'. Gaat niet door.
In 1998 wordt de door DS hernieuwde Kerkbrink in Hilversum weer in gebruik genomen. Bij de opening werken DS en Grif samen met film, sculptuur en bewegend licht.
In 1999 komt de eerste keer Terschellings Oerol in onze geschiedenis voor: Grif maakt de theatrale landschapsperformance 'Ontijtijd'.
In 2001 winnen DS en Grif een prijsvraag met het idee om van de aanleg van een bos een voorstelling te maken. 'Bosoase'. Gaat niet door.

Ook in 2001: de gebroeders Doedens (Dominique en Bruno) verleiden de inwoners van Heeten het hele dorp in een zee van Zonnebloemen te zetten. Sociale energie!

leggen op film. Door de steeds uitgestelde oplevering zal het de rode draad worden door onze eerste verkenningen.

Bruno doet Oerol (!) het voorstel om langs het strand verhalen van de zee te vertellen op een theatrale wijze. Gaat niet door. (2002).
In 2003 eindigen de pioniersjaren: eindelijk wordt het Potsdamerplatzpark opgeleverd. Nog één keer DS en Grif samen. Een live performance en de première van de film over de transformatie van de plek maken een eind aan zeven jaar experimenteren.

Oerol en Meer
En dan in 2003 wordt de Stichting Landschapstheater en Meer opgericht.
Terschellings Oerol is een ideaal platform voor landschapstheater, dus voor SLeM. Bruno heeft een groots plan: een cirkel van een kilometer doorsnee met theatrale invulling. Te duur, te gecompliceerd, te laat, geen geld. Exit 'Kras in het bos'.
Bruno wordt ongeduldig. Er moet iets gebeuren. Hij heeft het idee om 7.500 pvc-buizen van 4 meter in het zand aan het strand te plaatsen. Het 'Dansendwoud' is na vier dagen af met behulp van het Oerol-publiek: de zwiepers deinen in wind en zee. Het wordt een doorslaand succes (2005).
Het is de opmaat voor de viering van het 25-jarig bestaan van Oerol. Bruno komt met het idee om 25 jaarringen uit te graven op het strand om zo een tijdelijk landschap in het landschap te creëren van 400 meter doorsnee. De toeschouwers worden tot performers gebombardeerd, zodat ze publiek en speler tegelijk zijn. Foto's verschijnen in vele kranten en periodieken tot in de National Geographic.

Dat smaakt naar meer. In 2007 volgt 'Zomersprookjes', zeventig glazen reuzenschelpen met verhalen uit de zee van evenzoveel schrijvers, dichters en soundscapekunstenaars. Elke dag een nieuw landschap, waarin de luisteraars of ze willen of niet weer medespelers zijn in het totaal.
Maar SLeM is niet alleen Oerol. In 2006 hebben Bruno en Onno Brand tijdens een reis door West-Afika een aantal installaties gemaakt van grote aantallen stokjes, samen met de plaatselijke bevolking. Dat was 'Afikado'. In 2007 speelt Zomersprookjes zich niet alleen op Terschelling af, maar maakt een tournee langs 13 kustplaatsten tot in Zeeuws Vlaanderen. En in 2008 ontwerpt Bruno het 'LangsteLenteLicht' langs en voor het 150-jarige Overijssels Kanaal.

Na glas volgt (weer op Oerol) in 2008 staal. Nu wordt het publiek van te voren gevraagd een gezegde te ontlenen aan het thema van dat jaar: Tijd. Een keuze uit de inzendingen wordt gelaserd in de 300 stalen silhouetten die achteruitlopend over het strand verplaatst moeten worden. Met de rug naar de toekomst.
In 2009 staat in de Oerol-krant "SLeM flikt 't weer!" Bijna 400 schilderijen bewegen op het strand in de wind. Niet voor niets 'Windnomaden' genoemd. Na de literatuur, nu de beeldende kunst. Een onwaarschijnlijk kleurig landschap waar een even onwaarschijnlijke organisatie aan voorafging: 400 schilders vragen, ze het materiaal leveren, de werken weer ophalen en ze tenslotte op hun beweeglijke standaards zetten, die in dit geval een meter de grond in moesten.
Geen wonder dat dit project ook uitverkoren wordt om naar New York te reizen ter gelegenheid van het 400-jarig bestaan van de band New York en Nederland. Oerol en de Parade luisteren dat jubileum op met acht dagen feest op Governor's Island.

Ambities
Tijdens al deze jaren is SLeM natuurlijk erg gegroeid: zowel artistiek als organisatorisch. We zaten als initiatiefnemers allemaal in het stichtingsbestuur. Voor subsidiënten is dat een ontoelaatbare figuur. Dus kwam er een raad van toezicht. Al in 2006 besluiten we dat Bruno als plannenmaker en trekker van SLeM artistiek leider wordt. Met als consequentie dat hij ook voor de financiering van de door hem aangedragen projecten zal zorgen. Behalve het gesubsidieerde Jaarringen ziet hij kans om alle projecten vanaf 2007 voor het grootste deel zichzelf te laten bedruipen door de verkoop van de objecten (glazen schelpen van Zomersprookjes, stalen silhouetten van Opdrift en de schilderijen van Windnomaden).
Om SLeM is een vaste groep ontstaan die nagenoeg belangeloos het SLeM-team vormt. Zij doen dat omdat zij in het werk geloven en zeker niet om er materieel beter van te worden.
In de toekomst gaat SLeM zich minder op Terschelling en Oerol richten: voor 'Windnomaden zijn grote internationale plannen. Door de grotere bekendheid van SLeM bereiken ons nu ook verzoeken om landschappen op te luisteren. Soms met oude projecten, voor

zover mogelijk, soms zijn de vragen inspiratie voor nieuwe projecten. Dat betekent dat bij de uitbreiding van de projecten Bruno niet meer alles alleen hoeft en kan trekken. Er kunnen dus andere projectleiders SLeM-projecten gaan initiëren.
De grootste ambitie blijft de artistieke:
Het is de kunst om het wezen van het landschap bloot leggen. Door het te vervormen, door er gebeurtenissen in te laten plaatsvinden die het landschap beïnvloeden, blijvend of tijdelijk. SLeM stelt zich de opdracht het alledaagse onalledaags te maken, zij wil verwonderen en vervreemden. Door landschapstheater moeten de bezoekers met andere ‘ogen’ en andere ‘handen’ de omgeving ervaren. Juist door die vervreemding ontstaan nieuwe mentale landschappen, ruimten die worden verbonden met herinneringen. Het tijdelijke landschap verdwijnt, het wordt opgeruimd, weggespoeld, het verwaait. Maar de herinnering kent geen tijd, de landschappen bergen de herinneringen op. De korte tijd van het theater wordt lange tijd. Er ontstaat een nieuw gedroomd landschap, dat altijd weer kan worden opgeroepen. Het is een plek met een geheugen geworden (Gert Hage in Tijdelijke Landschappen, SLeM/Thieme, 2009).